Man en vrouw

Hoe gaat het met de man-vrouw-verhouding in onze tijd?

Cijfers geven aan dat in Nederland 34% van de huwelijken op een scheiding uitloopt. In 80% van de gevallen gaat daarbij het initiatief uit van de vrouw.

25% van de huishoudens bestaat inmiddels uit één persoon. Dat is twee keer zo veel als honderd jaar geleden.

Cijfers geven verder aan dat 70% van de singles al tot intimiteit komt tijdens de eerste geslaagde date en dat 50% van de singles al eens tijdens een eerste date seks heeft gehad.

Wat kun je uit die cijfers afleiden?

Dat de vrouw van tegenwoordig niet erg tevreden is met de man van tegenwoordig, tenminste niet binnen een vaste relatie. Dat in de verhouding tussen lichaam en ziel het lichamelijke op de voorgrond is komen te staan. En dat flexibiliteit hoger wordt aangeslagen dan duurzaamheid. Net zoals in de economie.

In onze tijd ervaren veel mensen de man-vrouw-verhouding als een moeizame aangelegenheid. Hoe krijgen we het voor elkaar die verhouding vruchtbaarder te maken? 

Mijn boek ‘Liefde als kennis’ houdt zich bezig met die vraag. Het vertelt het verhaal van de man-vrouw-verhouding door de geschiedenis heen, vanaf het begin. En dat is voor mij niet de oerknal maar de schepping. Langzamerhand ontstaan binnen dat verhaal antwoorden.

Wat onder andere naar voren komt is dat tegen het einde van de twintigste eeuw de voorwaarden voor een vruchtbare man-vrouw-verhouding gegeven lijken te zijn. Eindelijk, na vele eeuwen.

Want:

1) erkend werd dat de vrouw aan de man gelijkwaardig is,

2) de seksualiteit werd van haar boeien bevrijd

3) en de mens werd een individu.

Waarom leiden die voorwaarden nog zo weinig tot praktische toepassingen?

Misschien wel omdat we nog vast zitten in oude denkkaders.

Zo lang over communicatie wordt gedacht in termen van actie en reactie zal macht binnen de man-vrouw-verhouding een rol blijven spelen. Want er is altijd iemand actief terwijl de ander passief is. Vruchtbaarder lijkt het te denken in termen van een tussenruimte tussen man en vrouw, waaraan zij beiden voeding geven en waardoor zij ook beiden worden gevoed. Brengt een van de twee macht in, dan verzwakt dat de tussenruimte. Die tussenruimte biedt gelegenheid tot schepping.

Zo lang over seks wordt gedacht in termen van spanning en ontlading zal in het seksuele de man op de voorgrond staan, met de vrouw als object. Vruchtbaarder lijkt het als seks wordt gezien als een incarnerende, materialiserende  kracht tussen man en vrouw, waarbij de vraag luidt: wat willen wij incarneren? Een kinderwens? Een boeiend gesprek? Een creatief werkstuk?

Zo lang over de mens wordt gedacht als het aanhangsel van een hersenpan kan er geen individualiteit bestaan. En dus geen liefde of vrije keuze. Zie je echter de mens als een individu, dan kan de man het vrouwelijke behalve in de vrouw ook in zichzelf vinden en geldt het overeenkomstige voor haar. Het contact hoeft dan niet meer zo te botsen, het kan subtieler worden. De man verwijt dan de vrouw bijvoorbeeld niet meer dat zij altijd zo emotioneel is, want hij leert ook zijn eigen emotionaliteit kennen. En de vrouw hoeft de man niet meer te verwijten dat hij zo’n brok beton is, want zij vindt stevigheid in zichzelf.

Durft een mens het aan een individu te worden, dan kan er in de mens zelf ook een wisselwerking tussen hoofd en bekken ontstaan. Dan gaat het hoofd minder abstracte gedachten denken en ontstaat vanuit het bekken een wijsheid die een wijsheid van het handelen is. Met tussen bekken en hoofd het hart en de liefde als overbrugging.

Dan ontstaat er een nieuwe kennis, die op liefde is gebaseerd. En uit die nieuwe kennis ontstaat een nieuwe wereld.