De milieukwestie

 

De milieukwestie staat de laatste decennia hoog op de politieke agenda en de aandacht in de media is navenant, zeker sinds een invloedrijk persoon als de verliezende presidentskandidaat Al Gore het milieu tot zijn missie heeft gemaakt. Die aandacht lijkt mij terecht want het gaat om niets minder dan het behoud van de aarde, die ons allen draagt en voedt. Toch heeft het politieke overleg dat over deze kwestie heeft plaatsgehad tot nu toe bedroevend weinig resultaat geboekt. Bijna alle landen denken voornamelijk aan hun eigen economische belangen en nog steeds heerst wereldwijd het egoïsme. Ondertussen gaat het milieu steeds verder achteruit.

Eigenlijk is het logisch dat er tot nu toe geen overeenstemming is bereikt. Want overeenstemming kan alleen bereikt worden op basis van een gemeenschappelijke visie en de enige visie die alle aan het overleg deelnemende  landen uiteindelijk gemeenschappelijk hebben is die van de natuurwetenschap, waarin het respect voor de natuur helemaal geen item is. De natuur is binnen de natuurwetenschap immers alleen object, iets objectiefs buiten de onderzoeker waar hij geen betrekking mee aan mag gaan. Hij mag alleen experimentator, waarnemer, berekenaar zijn.

Neem bijvoorbeeld de grote Pavlov, die de speekselklieren van honden opensneed om zo via een slangetje te kunnen meten hoeveel speeksel vrij kwam wanneer hij een gong liet klinken waarmee de betreffende hond in de waan werd gebracht dat er een stuk vlees voor hem klaar lag. Of neem het geknutsel binnen de gentechnologie, waarbij de natuur wordt gemanipuleerd met als voornaamste doel er meer geld uit te halen, zonder dat de gevolgen op de lange termijn kunnen worden ingeschat.

Er valt geen overeenstemming te bereiken over milieukwesties als alle deelnemers aan het overleg uitgaan van een visie die het milieu reduceert tot meetbaarheid en uiteindelijk tot  economisch nut. Het succes van milieugroepen, hoe belangrijk ook, kan niet anders dan marginaal zijn zo lang het natuurwetenschappelijke denkkader het heersende blijft.

Gelukkig is er een alternatief. En dan bedoel ik niet de visie op de natuur zoals wij die kennen vanuit culturen die al bestonden voordat de exacte natuurwetenschap  het monopolie opeiste op het gebied van de wetenschap, culturen als die van de Indianen, de Chinese taoïsten of de Kelten. Zeker zijn dat visies waarbinnen respect voor de natuur vanzelfsprekend is, maar het is de vraag of zij nog aansluiten bij de wereld zoals die geworden is. Nee, ik bedoel eerder een visie die is voortgekomen uit de natuurwetenschap zelf, in de jaren 20 van de vorige eeuw. In die tijd was het atoomonderzoek in een impasse gekomen omdat gebleken was dat atomen, die lang als ondeelbaar hadden gegolden, toch steeds verder gedeeld konden worden. Een moeilijk te overziene hoeveelheid subatomaire deeltjes was het gevolg en de enige theorie die uiteindelijk overzicht en perspectief bood was de kwantumfysica. De kwantumfysica ontdekte intussen echter wel dat objectieve wetenschap, waarbij de onderzoeker buiten zijn object kon blijven, niet bestond. De manier waarop die subatomaire deeltjes werden benaderd bleek immers te bepalen wat er werd waargenomen. Werden ze benaderd als deeltjes (dus als materie) en werd het daartoe geëigende meetinstrumentarium gebruikt, dan werden deeltjes waargenomen. Werden ze benaderd als golfjes (dus als energie), dan werden golfjes waargenomen. En dat bij exact dezelfde objecten. Het was dus maar net met wat voor bril je keek.

Nog steeds is de kwantumfysica vruchtbaar. Er zijn onlangs bijvoorbeeld nog belangrijke ontdekkingen gedaan die kunnen leiden tot een kwantumcomputer, die veel sneller zou kunnen werken en veel meer gegevens aan zou kunnen dan binnen de gangbare technologie mogelijk is. Consequenties uit de filosofie die aan de kwantumfysica eigen is worden echter nog nauwelijks getrokken, want nog steeds wordt de natuur algemeen gezien als een objectief, buiten de mens bestaand gegeven. Daarom kun je van de huidige natuurwetenschap zeggen dat ze, met een bijbels beeld, nieuwe wijn in oude zakken doet. Je kunt ook zeggen: ze is met zichzelf in tegenspraak geraakt.

Zelfs een vak als de psychologie baseert zich nog steeds op het gangbare natuurwetenschappelijke denken. Nog steeds worden bijvoorbeeld kinderen op een objectieve manier geobserveerd, bijvoorbeeld via gestandaardiseerde tests, en nog steeds denkt men dat  men zo het kind kan leren kennen, terwijl ondertussen iedereen met zijn klompen aanvoelt dat een kind dat objectief benaderd wordt zich terug zal houden. Een kind dat in feite normaal reageert op de contactgestoorde manier waarop het wordt benaderd kan zo bijvoorbeeld als contactgestoord worden gekwalificeerd. Verder zijn de moderne therapieën voor het grootste gedeelte gebaseerd op objectieve protocollen, die door ieder die ze kent uitgevoerd kunnen worden, terwijl ondertussen uit wetenschappelijke onderzoek blijkt dat een van de meest werkzame elementen binnen de therapie het persoonlijke contact is. Ook de psychologie is met zichzelf in tegenspraak geraakt doordat ze de natuurwetenschappelijke denkwijze heeft aangenomen. Zij is zelfs van haar onderwerp vervreemd geraakt, de psyche, en er zijn veel redenen om de gangbare psychologie een psychologie zonder psyche te noemen. Het kan echt anders, gewoon door het persoonlijke contact serieus te nemen en de betrekking centraal te stellen bij onderzoek en therapie.

Ook binnen de exacte wetenschap is een benaderingswijze mogelijk waarbij de onderzoeker een betrekking aangaat met zijn of haar onderwerp. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar een kristal met een bewonderende blik. Op die manier zul je er andere kwaliteiten aan ontdekken dan wanneer je er objectief, gedistantieerd naar kijkt. Ook op basis van een verbinding met je onderwerp is wetenschap mogelijk, al zal dat een andere wetenschap zijn dan die nu het monopolie voor zich opeist. Zelfs technologie moet op deze basis  mogelijk zijn, al vraagt het wat verbeeldingskracht om hier voorstellingen bij te vormen. Het zou bijvoorbeeld een technologie kunnen zijn waarbinnen de apparaten reageren op de intentie van degene die ermee om wil gaan, als een soort persoonlijk wachtwoord. Of een technologie waarbij niet fossiele brandstoffen de energie leveren maar een omgang met levende organismen, bijvoorbeeld doordat er een grote kolonie bacteriën zou worden gekweekt die razendsnel zuurstof omzet in vaste materie, zodat er binnen een poreuze ruimte een vacuum kan ontstaan dat voorwerpen op kan optillen en dat een andere manier van voortbeweging mogelijk maakt. Hier komt inderdaad verbeeldingskracht bij kijken, maar verbeeldingskracht is juist wat we nodig hebben nu de gangbare manieren van denken niet in staat zijn de problemen op te lossen die ze zelf hebben geschapen.

Een bijzonder mooi voorbeeld van een techniek die voortkomt uit een verbinding met de natuur vind ik de implosietechniek. Anders dan haast alle andere voortdrijvingstechnieken maakt de implosietechniek geen gebruik van exploderende materie, maar van imploderende. Werkend met de binnenwaartse kracht die water ontwikkelt wanneer het gaat kolken is er een turbine ontwikkeld die weliswaar in gang wordt gezet door een electromotor maar die vervolgens puur door de eigen kracht van het water 9 keer zo veel energie oplevert als erin wordt gestopt. En wordt het gebruikte water na deze procedure afgetapt, dan is de kwaliteit niet verminderd maar juist verbeterd. Zie: www.implosie.nl

Doordat de gangbare natuurkunde zich buiten de natuur stelt ziet ze alleen haar buitenkant. Wordt de natuur echter op een betrokken, respectvolle wijze bestudeerd, dan zal zij ook haar binnenkant laten zien en ik verwacht dat we op die manier niet alleen de schade kunnen herstellen die we aan haar hebben aangebracht maar dat wij als mensen haar voorbij haar huidige mogelijkheden en tot een nieuwe bloei kunnen brengen.