Een spirituele benadering van autisme

De visie

Kern is de incarnatiegadachte. De mate waarin de ziel afdaalt in het lichaam. Bij een mens met autisme daalt de ziel niet helemaal af in het lichaam.

Vaak wordt het binnen de antroposofie zo gesteld: bij de geboorte kan het zijn dat een ziel terugschrikt voor de incarnatie. Het lichaam wordt dan geboren maar de ziel blijft er een beetje omheen zweven en verbindt zich niet helemaal.

(Ook bij hooggevoeligheid is er een losse verbinding tussen lichaam en ziel. Bij autisme is die verbinding nog losser. Autisme is een extreme vorm van hooggevoeligheid. )

Als de ziel los met het lichaam verbonden is vloeit hij uit in de omgeving en biedt de huid van het lichaam geen grens.  De omgeving wordt dan vaak sterker beleefd dan het eigen lichaam.

Op die manier voelt de mens zich overspoeld en de reactie op dat overspoeld-worden is controle. Dwangmatigheid is een extreme vorm van controle. Als zodanig is dwangmatigheid meestal een symptoom van overprikkeld-zijn.

Bij autisme vloeit de ziel uit in de omgeving. Aan de andere kant blijft ze sterk verbonden met de  zielenwereld.

De zielenwereld kent geen tijd. Vandaar typische autismeverschijnselen als gebrek aan tijdsbesef, niet kunnen plannen, geen inzicht in oorzaak en gevolg, beelddenken, fotografisch geheugen, hoogbegaafdheid, niet oefenen, snellezen en ADHD.

Het gesloten gedrag van de mens met autisme is een tegenwicht tegen het feit dat hij eigenlijk heel open is.

Bij een losse verbinding tussen lichaam en ziel kan de incarnatie alleen plaatshebben als de persoon ertoe gemotiveerd is.

We hebben het hier over het typische autisme.  Er is ook autisme dat niet gekenmerkt wordt door overprikkeldheid. Die vorm kan het beste autistiform gedrag worden genoemd, al wordt dit wel als autisme gediagnosticeerd.

 

De bejegening

Veiligheid, structuur en houvast zijn voorwaarden.

Daarnaast: onderscheid tussen gedrag en innerlijk.

Ieder gedrag is communicatie. De vraag is steeds: wat zegt deze persoon met dit gedrag?

Kijk je zo, dan kun je langzamerhand een idee krijgen van zijn wilsrichting.

Inlevend waarnemen (via nadoen) helpt.

Proberen een verbinding te vinden met het innerlijk van de persoon met autisme. Zo schep je een brug tussen hem/haar en jou. Is die brug er eenmaal, dan gaat alles gemakkelijker.

Je kunt een brug slaan door in zekere mate met het gedrag mee te doen.

Je kunt een brug slaan door onder woorden te brengen wat je denkt dat de ander bedoelt.

Het eerste contact ontstaat doordat jij in de wereld van de ander gaat.

Werken via beelden. Door bij het spraakgebruik erop te letten dat je beeldend spreekt. Door picto’s of foto’s te gebruiken. Door ten aanzien van de ander innerlijke beelden te koesteren die positief zijn en reëel. Maar ook door innerlijke beelden over te brengen zonder woorden. Dit is communicatie rechtstreeks van ziel tot ziel.

Aansluiten bij de interesse van de ander.  Aansluiten bij de ´filters´ van de ander. 

Het leren van mensen met autisme verloopt van boven naar beneden. Van het hoofd naar het doen. Niet via oefenen.

Acceptatie van hun autistisch-zijn.

Perifere benadering. Rechtstreeks gedrag ervaren ze als prikkend.

 

Voor de medewerker zelf

Wat mensen met autisme je kunnen leren is het ontwikkelen van een sterk ik. Overeind blijven, ook als je niet bevestigd wordt. Blijven geloven in jezelf.

Wat ze je verder kunnen leren is sensitiviteit.

Wat ze je verder kunnen leren is transparant en eerlijk zijn.

Wat ze je verder kunnen leren is acceptatie.

Het helpt als je werkelijk interesse hebt voor een persoon met autisme. Dat voelt hij. Door jouw interesse voelt hij zich waardevol en erkend.