Hooggevoeligheid - een overzicht

Tijdsverschijnsel

Toen Elaine Aron in 1996 met het boek The Highly Sensitive Person het verschijnsel hoogsensitiviteit of hooggevoeligheid onder de aandacht bracht vond dit boek enorm veel weerklank. Het was duidelijk dat het iets verwoordde dat bij veel mensen leefde en een stroom publicaties door andere auteurs volgde. Voor kinderen met een hooggevoelige aanleg werden hierbij nogal eens de termen sterrenkinderen of indigokinderen gebruikt. Ook aan de volwassen hooggevoeligheid werd veel publiciteit besteed, niet zelden met tips hoe ze zichzelf konden helpen. Ondertussen steeg het percentage mensen dat hooggevoelig kon worden genoemd en momenteel gaat het om 15 tot 20% van onze bevolking. Hooggevoeligheid lijkt een typisch verschijnsel  van deze tijd.

Visie

Een visie die veel licht op hooggevoeligheid kan werpen luidt: hooggevoeligheid is een kwestie van los in je lijf zitten. Of preciezer: bij een hooggevoelig persoon is de ziel losser dan gemiddeld met het lichaam verbonden.

Dit gaat uit van de gedachte dat een mens een lichaam heeft dat met een ziel verbonden is, waarbij die verbinding losser of vaster kan zijn. Je zou daarbij het beeld van een elastiek kunnen gebruiken, dat uit kan rekken en samen kan trekken.

Wat een lichaam is lijkt min of meer voor de hand te liggen. Het is iets tastbaars en ondoordringbaars en het heeft een zekere zwaarte. Het wordt aangetrokken naar het middelpunt van de aarde toe. Wat een ziel is lijkt moeilijker te vatten, maar als je kijkt naar hoe de ziel zich manifesteert kun je zeggen: zij manifesteert zich als aandacht. Waar onze aandacht naar toe gaat, daar gaat onze ziel naar toe. Je kunt dat aflezen aan de beweging van de ogen, want die volgen vanzelf waar de aandacht naar toe gaat. In die zin zijn onze ogen werkelijk 'de spiegels van de ziel'.

Hoe dat elastiek werkt kun je gemakkelijk nagaan als je je situaties uit het dagelijks leven voorstelt. Lig je bijvoorbeeld in een warm bad, dan is de kans groot dat je ogen rustig zijn, dat je ontspannen bent en goed bij jezelf. Je ziel is dan goed met je lichaam verbonden, of, anders gezegd, je bent goed geïncarneerd. (Het woord incarnatie stamt uit het Latijn en betekent zo veel als in het vlees komen.) Ben je aanwezig bij een spannende vergadering, dan kun je wel eens merken dat je voeten koud worden, dat je hielen omhoog trekken, dat ook je ademhaling hoger komt en dat de spieren van je gezicht verstrakken. Je bent dan minder goed geïncarneerd, oftewel je bent bezig te excarneren. Stress, angst, trauma, dat zijn situaties die vaak tot excarnatie leiden. Genieten, bewegen, (seksuele) intimiteit, dat kan leiden tot incarnatie.

Een hooggevoelig persoon heeft als aanleg wat anderen alleen in bepaalde situaties hebben. Hij of zij heeft een neiging tot excarneren.

Openheid

Dat brengt een sterke openheid met zich mee. Hij voelt vaak meer van zijn omgeving dan van zichzelf, voelt ook gevoelens van anderen vaak sterker dan die van hemzelf. Soms voelt hij zaken die in de richting van het paranormale gaan. Al met al loopt hij zo het gevaar door zijn omgeving overspoeld te worden en zichzelf kwijt te raken. Zijn reactie op dat dreigende overspoeld worden is controlebehoefte. Hij wil dan zelf bepalen hoe de dingen moeten lopen en kan ook naar anderen toe wel eens bepalend worden. Dat lijkt helemaal in tegenstelling tot zijn aard, maar het is vaak een noodzakelijke veiligheidsmaatregel. Ook dat hij zich soms afsluit kan een noodzakelijke veiligheidsmaatregel zijn.

Voor iemand die wat steviger in zijn lijf zit is zijn lijf een soort demper van de prikkels uit zijn omgeving. Een hooggevoelig persoon heeft minder demping en heeft dan ook vaak meer last van zaken als cafeïne, chemische toevoegingen aan voeding, straling en elektrische lading.

Soms raakpunten met autisme

Bepaalde vormen van hooggevoeligheid hebben raakpunten met lichte vormen van autisme. Bij autisme is de verbinding tussen lichaam en ziel nog wat losser dan bij hooggevoeligheid, waarbij de controlebehoefte tot dwangmatigheid kan leiden en waarbij sterke angsten op kunnen treden. Tussen hooggevoeligheid en autisme kan een groot grijs gebied worden geconstateerd waar het vaak moeilijk is een duidelijke grens te trekken.

Twee typen

Er zijn twee manieren waarop iemand hooggevoelig kan zijn. Het ene type wordt gekenmerkt door een wakker bewustzijn, vaak al in de babytijd, licht slapen, een drang om zich snel te ontwikkelen en een leren vanuit het bewustzijn, niet vanuit het oefenen. Doordat er veel aandacht gaat naar het hoofd kan de spijsvertering zwak zijn, wat allergie of voedselintolerantie (bijvoorbeeld voor gluten) met zich mee kan brengen. Het andere type is juist dromerig, lijkt weinig wakker voor zijn omgeving, heeft een sterke binnenwereld en  heeft veel tijd nodig voor zijn ontwikkeling. Het duurt bijvoorbeeld lang voordat hij veilig door het verkeer kan fietsen. Beiden hebben ze die gevoeligheid, maar de ene richt die meer naar buiten en de ander meer naar binnen.

Buiten de tijd

Een van de verdere kenmerken van een hooggevoelig persoon is dat hij niet zo goed past binnen de gebruikelijke manier van met tijd omgaan. Hij voelt zich vaak beter thuis in de zielenwereld dan in het aardse bestaan en de zielenwereld kent geen tijd. Veel van de verschijnselen die rond hooggevoeligheid spelen hebben hiermee te maken. Bijvoorbeeld een gebrek aan tijdsbesef, moeite met planning, moeite met inzicht in oorzaak en gevolg, beelddenken (ook beelden kennen geen tijd), dyslexie (de volgorde van de letters wordt door elkaar gehaald), hoogbegaafdheid (snel complexe verbanden overzien), een fotografisch geheugen en leren niet via oefening maar vanuit inzicht. Verder vallen ADHD-kenmerken (concentratieproblemen, impulsiviteit, overbeweeglijkheid) binnen dit kader. Het is bij ADHD alsof het lichaam probeert de ziel bij te houden. Een andere onregelmatigheid wat tijd betreft is dat een hooggevoelige als kind vaak een oudere indruk maakt terwijl hij als volwassene vaak iets kinderlijks behoudt.

Wat heeft een hooggevoelig persoon nodig?

Hooggevoeligheid kan als een geschenk worden beleefd en hoeft geen probleem te zijn. Maar veel hooggevoelige mensen hebben toch meer problemen met het vinden van hun plek in de wereld dan gemiddeld. Vaak hebben ze veel tijd nodig om hun eigen manier van zijn in te zien, te accepteren en er vervolgens mee uit de voeten te kunnen. Lukt dat niet goed, dan liggen angst of depressie op de loer. Dat laatste kan zich in een lichte vorm als wintermoeheid of winterdepressie manifesteren.

Voor hooggevoelige mensen is incarnatie niet iets vanzelfsprekends, ze incarneren alleen als ze ertoe gemotiveerd zijn. Zo kan iemands normale loop wat houterig ogen terwijl hij soepel beweegt in een sport waarvan hij geniet.  Waar het om gaat is dat de hooggevoelige op zijn eigen manier een vorm van incarnatie vindt. 

Belangrijk is dat hooggevoelige mensen leren zichzelf af te schermen als dat nodig is. Dat kan ook door op iets te focussen. Vrij leren omgaan met focussen en uitzoomen is voor hen een zinvolle basisvaardigheid. Belangrijk is ook dat ze met grenzen of kaders om leren gaan, want anders kan hun energie vervluchtigen en komt er niets uit hun handen. Verder leren ze in het algemeen van boven naar beneden, dat wil zeggen van het bewustzijn naar het doen. Zoals gezegd houden ze doorgaans niet van oefenen. Vaak zijn ze gebaat bij uitleg, bij het horen van het waarom. Dat geeft hun een motief. Verder is het voor hen een voorwaarde dat hun behoefte aan zelfbepaling wordt erkend. Anders kunnen ze gauw afhaken.

In het contact kunnen hooggevoelige mensen een onduidelijk grensgevoel naar anderen toe hebben, zodat ze als kinderen sterk met hun ouders verweven kunnen raken. Tegelijkertijd kunnen ze zich erg afzetten tegen anderen. Ze moeten zich meer afzetten naar mate ze meer verweven zijn. Tegen het twintigste jaar is het voor de jongere en zijn ouders soms lastig om voldoende afstand te nemen.

Speelt angst of depressie de boventoon, dan hebben ze misschien baat bij therapie. Bij angst gaat het er dan vaak om die angst onder ogen te zien. Bij depressie gaat het er vaak om de impuls tot handelen vrij te maken.

Iedere therapie die hen helpt hun lichaam te beleven kan zinvol zijn. Lichaamsbeleving kan vanuit het lichaam worden aangepakt of vanuit de psyche. In het laatste geval kan het er bijvoorbeeld om gaan met innerlijke beelden te werken (visualiseren, tekenen), waarbij zich vaak binnen die beelden een motief tot incarnatie voordoet. In het eerste geval kan massage bijvoorbeeld een rol spelen, of euritmie (een bewegingsvorm gebaseerd op klankgebaren), of medicatie die op de constitutie is gericht. Maar de voorwaarde voor een incarnerende therapie is dat de hooggevoelige persoon zelf gemotiveerd is tot incarneren.

Sporten en dansen kunnen natuurlijk ook een bijdrage leveren aan de incarnatie.

En kunstzinnige uitingen. Het kunstzinnige sluit vaak goed aan bij de subtiliteit van de hooggevoelige persoon en via het kunstzinnige kan hij gevoelens en belevingen die op een andere manier niet zo gemakkelijk geuit kunnen worden toch een plek geven. 

Maatschappij

Hooggevoeligheid biedt niet alleen uitdagingen aan individuen en aan hun omgeving, ze is ook een uitdaging aan de maatschappij. Hooggevoelige kinderen dagen scholen bijvoorbeeld uit  om met verschillende leerwegen rekening te houden, met name met het beelddenken, en om goede oplossingen te vinden voor problemen als dyslexie en dyscalculie. In het algemeen dagen hooggevoeligen de maatschappij uit om meer aandacht te besteden aan het individuele, het subtiele en het spirituele.