Lichamelijkheid in de 21ste eeuw

Hoe zeer wij het ook proberen te compenseren via joggen en de sportschool, binnen ons dagelijks werk wordt het lichaam steeds meer gereduceerd tot vingertoppen die op knopjes drukken. Wat voor invloed heeft dat op onze lichamelijkheid? 

Het wetenschappelijke lichaam

Binnen de gangbare wetenschap is een lichaam een object dat van buiten af wordt waargenomen. Het heeft zwaarte. Want het valt niet naar boven maar naar beneden. Verder is het ondoordringbaar. Want waar mijn lichaam staat kan jouw lichaam niet tegelijkertijd staan. Verder functioneert het volgens chemische wetmatigheden.

In die zin maakt het niet veel uit of je met een levend lichaam te maken hebt of met een dood.

Is er sprake van zoiets als een depressie, dan is er iets verstoord in het chemische evenwicht in de hersenen en moet dit evenwicht via een chemisch middel worden hersteld. Functioneert een orgaan niet goed, een nier bijvoorbeeld, dan moet dat worden vervangen door een gezond orgaan. Net zoals je bij een auto een kapot onderdeel vervangt door een nieuw. Heeft het lichaam te veel vet, dan kan dit via een soort zuigtechniek worden weggehaald.

Dat alles is heel goed mogelijk zonder dat de persoon die dit lichaam als dat van hem/haarzelf beschouwt daar bewust aan deelneemt. Het is zelfs een voordeel als de betreffende persoon zich zo veel mogelijk afzijdig houdt.

Verder wordt een lichaam beschreven volgens zijn uiterlijke kenmerken. Het is zo en zo lang, zo en zo breed, zo en zo zwaar. Van een vrouwelijk lichaam worden de ideale maten van borstgebied, middel en bekken aangegeven als 90-60-90. Gelijkmatige trekken worden als mooi beschouwd.

Mede onder invloed van de tv en de modebladen, die sterk een beroep doen op de visuele waarneming, zijn steeds meer mensen zichzelf van buiten af gaan bekijken. Met als een van de gevolgen dat er langzamerhand niet weinig mensen zijn die pas seksueel opgewonden kunnen raken wanneer een kamera hun liefdesspel registreert.

Het is echter maar de vraag of een persoon die als mooi wordt beschouwd zich ook mooi vóélt. Heel veel als mooi beschouwde vrouwen zijn erg ontevreden over hun lichaam, omdat ze zich fixeren op de aspecten die als nog niet perfect beleven. Met plastische chirurgie als gevolg. Maar veel vrouwen die niet beantwoorden aan de schoonheidscriteria ervaren zichzelf wel als mooi, - en krijgen van de buitenwereld daarop vaak de bevestiging. Misschien worden ze wel mooi gevonden omdat ze zich mooi voelen.  

Hoe je lichaam van buiten af beschreven kan worden en hoe je  lichaam door jezelf ervaren wordt, het is niet hetzelfde.

Het ervaringslichaam

Tegenover wat je het ‘wetenschappelijke lichaam’ zou kunnen noemen staat het ‘ervaringslichaam’. Of misschien is ‘ervaringslijf’ een betere term.

Het ervaringslijf is het lichaam zoals het van binnen uit wordt gevoeld, beleefd, ervaren. En zoals het langzamerhand op de achtergrond begint te raken, vluchtend voor de spiedende ogen van de gangbare wetenschap en haar volgelingen. Het ervaringslijf kan bijvoorbeeld worden ervaren als welbehagen of pijn. Waarbij beiden niet per se een lichamelijke oorzaak hoeven te hebben. Of als evenwicht of beweeglijkheid die ik ervaar van binnen uit, ook met mijn ogen dicht. Het is wat ik beleef als ik iets of iemand aanraak of door iemand aangeraakt word. Het is een bepaald soort spanning die zowel van buiten af als van binnen uit kan worden opgeroepen.

Iemand van 1 meter 90 kan zich heel klein voelen op het moment dat hij een kathedraal betreedt. En een afstand van een halve meter tussen mij en een ander mens kan door mij worden beleefd als  een onoverbrugbare afstand, terwijl iemand die zich aan de andere kant van de wereld bevindt voor mij heel dichtbij kan voelen.

Het maakt veel uit of iemand een gezwel dat in zijn lichaam is geconstateerd beschouwt als een vreemd voorwerp dat er zo spoedig mogelijk uit moet worden verwijderd of als een element waar hij iets mee aan zou kunnen gaan, waar hij bij wijze van spreken een soort dialoog mee zou kunnen hebben. Zo van: je bent in mijn lichaam gekomen en ik wil nagaan wat je boodschap is. Het lichaamsbesef wordt dan intact gelaten. De persoon trekt dan niet uit zijn lichaam weg en heeft zo soms de mogelijkheid om het evenwicht van binnen uit te herstellen.

Anorexia

In het kader van een onderscheid tussen het wetenschappelijke (het uiterlijke) lichaam en het ervaringslijf (het innerlijke lichaam) is een verschijnsel interessant dat zich de laatste decennia steeds vaker voordoet: anorexia.

Het zijn meestal meisjes die door anorexia worden getroffen, dus laten we als voorbeeld hier ook een meisje nemen. We noemen haar Linda en ze kan goed leren, kan prachtig viool spelen, ziet er fris uit en wil alles heel graag zo goed mogelijk doen. Door dat laatste zit ze zichzelf nogal eens in de weg, dat wil zeggen: haar ambitie staat op gespannen voet met haar lichamelijke welbevinden. Een beetje is dit meisje geneigd de signalen van haar lijf over het hoofd te zien.

Dan wordt ze 13 en gaat ze naar de middelbare school. Het is een hele schok voor haar dat ze de veiligheid van haar klas en haar vaste juf achter zich moet laten en ze is er erg onzeker over of ze op de middelbare school net zulke goede cijfers kan halen als op de basisschool. Ondertussen gebeurt er ook veel in haar lijf, wat haar het gevoel geeft dat ze de controle verliest. Er ontstaan welvingen op haar borst en ze schaamt zich ervoor. Ze heeft het gevoel dat alle ogen daarnaar toe getrokken worden en ontwikkelt de gewoonte om haar bovenlichaam een beetje naar voren te buigen. Komt er ook meer vet op haar lijf? Het lijkt er wel op. Ze begint zichzelf log en zwaar te voelen, niet meer het huppelige elfje dat ze altijd zo graag wilde zijn.

Een vriendin is al wat verder in haar lichamelijke ontwikkeling en ook duidelijk dikker. Zij zit op ballet en gemaand door haar danslerares om toch vooral goed op haar gewicht te letten koopt zij een weegschaal en legt zichzelf een dieet op. Dat vindt Linda wel een goed idee. Zij gaat ook meedoen met het dieet van haar vriendin en dagelijks houden ze elkaar op de hoogte van de ontwikkeling van hun gewichtsgegevens.

Als Linda iets doet doet ze het goed en haar gewichtsgegevens ontwikkelen zich uitstekend, veel beter dan die van haar vriendin. Dat roept jaloezie op bij het andere meisje, zodat ze steeds vaker met elkaar beginnen te kibbelen. Haar vriendin uit daarbij regelmatig dat Linda een beetje doorslaat maar het is alsof Linda het bord waar ze vroeger uit at nu voor haar hoofd heeft. De cijfertjes van haar gewicht zijn een eigen leven gaan leiden. Het geeft haar een heerlijk gevoel van controle dat ze invloed kan uitoefenen op die cijfertjes.

Eten, het wordt door die cijfertjes iets heel interessants. Ze maakt er een hele studie van hoe veel calorieën er in wat voor voedsel zitten. Ze is er trots op dat ze ook in dit specialisme weer heel goed is. Eten als ervaring wordt daarnaast steeds minder belangrijk. Eigenlijk toch iets minderwaardigs: eten. Meer iets voor dieren.

Je zou denken dat Linda er tevreden over zou zijn dat haar gewicht zich in een voor haar gunstige zin ontwikkelt. Dat is echter niet zo. Want vreemd, hoe broodmager iedereen haar ook vindt, ze ervaart dat zelf niet zo. Ze ziet aan haar lijf vooral het gewicht dat er nog af kan en met een tomeloze ambitie zet ze zich in voor een nog verdere gewichtsreductie.  Vermoeidheid, flauwvallen, sociaal isolement, niets kan haar nog weerhouden nu ze los is geraakt van haar lichaam als ervaring en zich volledig oriënteert op haar lichaam als meetbaar gegeven.

Het zal lastig worden Linda te helpen dit patroon te doorbreken en haar terug te winnen voor het aardse bestaan.

Hooggevoeligheid

Op grond van deze gedachtengang kun je stellen dat het moderne lichaam vooral het wetenschappelijke lichaam is. In een cultuur die alleen een beroep doet op de vingertoppen, namelijk om knopjes te bedienen, neemt de mens steeds meer afstand van het lichaam als beleving. Maar ook wanneer de mens dit gaat compenseren, door naar de sportschool te gaan of door te gaan joggen ter wille van gewichtsverlies of ter wille van een bepaalde conditie, boetseert de mens als het ware van buiten af aan zijn lichaam, zeker als hij ondertussen, zoals in de sportschool gebruikelijk is, kijkt naar een scherm met gegevens, cijfertjes. De moderne mens is bezig uit zijn lichaam weg te trekken.

Daarom kan hij veel leren van mensen die vanuit hun aanleg al los met hun lichaam verbonden zijn, zoals hooggevoeligen. Van hen kan de moderne mens kwaliteiten leren als: sensitiviteit, natuurlijke verbondenheid, snel denken (vaak via beelden), creativiteit, eerlijkheid en individualiteit.

Aan de ene kant is hooggevoeligheid een gevolg van onze cultuur, die gebaseerd is op de exacte natuurwetenschap. Deze wetenschap leidt er immers toe dat mensen uit hun lichaam weg trekken. Aan de andere kant kan hooggevoeligheid een antwoord zijn op de crisis die zich in onze cultuur voordoet rond de lichamelijkheid. Van hooggevoeligen kan onze cultuur leren hoe de mens, nadat hij zich min of meer van zijn lichaam heeft losgemaakt, zijn lichaam op een nieuwe manier kan gaan doordringen. Zoals de danser, die, opgaande in de muziek, uit zijn lichaam weg trekt maar die vervolgens vanuit de muziek zijn lichaam weer doordringt en in beweging brengt.

In mijn boek Hoe mensen lichaam zijn werk ik deze visie uit aan de hand van cultuurdragers als de troubadours, Freud, Jung, Einstein, Picasso en Rodin.