Autisme als dynamiek

 

     Een tijd geleden had ik een gesprek met een man van 37 die vertelde dat hij van zijn autisme was genezen. Verschillende zaken hadden hem daarbij geholpen, waaronder een diëet, neurofeedback en een manier van zingen die soul voice wordt genoemd en die gebaseerd was op expressie vanuit het hart. Vooral dat laatste was belangrijk voor hem geweest, vertelde hij, het had hem geholpen zijn hart te openen. Dat hij zijn hart kon openen was voor mij voelbaar. Hij was een onconventioneel persoon met zijn iets te korte rode broek, zijn vrij harde stem en zijn directe manier van contact maken, maar zijn hartelijke, afstemmende en inlevende houding maakte mij duidelijk dat het predicaat autisme, waar hij jaren lang mee had geleefd, op hem niet meer van toepassing was.

     Een van de interessantste dingen die hij vertelde was dat hij op een bepaald moment, toen iemand hem onheus had bejegend, in zijn autisme was teruggevallen. Toen had zijn hart zich weer gesloten, was hij de verbinding met zijn omgeving weer kwijtgeraakt en was er een demper op zijn gevoelsleven gekomen. Hij ging toen ook weer vanuit vaste patronen leven, iets waar hij al een tijd geen behoefte meer aan had gehad. En ondertussen had hij helemaal geen besef van het feit dat hij in zijn autisme was teruggevallen, anderen moesten hem dat duidelijk maken. Het kostte hem een paar weken om, met hulp van anderen, opnieuw de autistische staat te verlaten.

     Interessant voor mij was dit incident omdat het nog eens onderstreepte dat je autisme kunt zien als dynamiek, als iets wat in een bepaalde situatie kan optreden en dat niet vast te leggen is. Met daarbij de gedachte dat autisme als vast gegeven een fixatie zou kunnen zijn van die situatiegebonden dynamiek. Eigenlijk zag ik uit het verhaal van deze man het autisme als fenomeen opduiken.  

     Op veel plaatsen heb ik geschreven over fenomenologie, een richting binnen de wetenschap die naar mijn idee een mooie aanvulling kan zijn op de gangbare manier van wetenschap bedrijven en die niet werkt vanuit vooropgezette kaders maar die juist de verschijnselen hun eigen ‘verhaal’ laat vertellen. Pas na deze onbevooroordeelde waarneming wordt dan gezocht naar de wetmatigheden die aan de orde zijn. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen feiten en fenomenen, waarbij ik onder feiten versta objectieve gegevens, die voor om het even wie geldig zijn, en onder fenomenen gegevens die als betekenisvol worden ervaren door een bepaalde persoon. Als je een fenomeen ziet neem je iets opvallends waar waarvan je meteen voelt dat het betekenisvol is, evenwel zonder dat je die betekenis nog duidelijk beseft. Het is meer een dromerig waarnemen. Pas achteraf kun je er woorden aan geven. Een voorbeeld is dat ik in een gesprek met een kind opeens merkte dat er steeds een pauze was voordat het antwoordde. Achteraf heb ik dat fenomeen geïnterpreteerd als: er is iets indirects in het contact, het is alsof dit kind steeds voor zichzelf moet vertalen wat ik zeg voordat het kan antwoorden. Maar op het moment zelf viel mij alleen het fenomeen zelf op: de pauze, waarbij ik het gevoel had: dit betekent iets.

     Terwijl de man die van zijn autisme genezen was vertelde over zijn terugval had ik ook zo’n moment van: dit betekent iets, dit zegt iets. Ik kreeg een beeld van autisme als terugtrekmechanisme, als een uit de wereld verdwijnen op grond van onveiligheid. Nog even los van zaken als aanleg en classificatie. Toen ik dit voor mezelf verder uitwerkte kwam ik tot het volgende beeld. Door een gevoelig iemand wordt een situatie als zo onveilig ervaren dat deze persoon zijn ziel een beetje terugtrekt uit zijn lijf en zo ook uit de wereld. Dat werkt, want nu voelt hij die onveiligheid niet meer. En voelt hij ook niet meer dat hij zich teruggetrokken heeft. Zijn ziel, zich manifesterend als aandacht of bewustzijn, richt zich nu op andere dingen. Maar zijn lichaam laat zien dat de onveiligheid nog steeds bestaat. Het toont een chronische stresstoestand. Zo iemand doet zich dus voor als een gespleten wezen. Aan de ene kant heeft zijn ziel zich van zijn lichaam losgemaakt en voelt hij zijn lichaam en de dingen om hem heen niet meer. Aan de andere kant is zijn lichaam blootgesteld aan chronische stress.

     Dit is wat in een actuele situatie kan gebeuren. In een actuele situatie kan iemand zich zo onveilig voelen dat hij zich terugtrekt uit het contact. Is er voldoende basisveiligheid in het leven van de betreffende persoon, dan kan na enige tijd de ziel zich weer met het lichaam verbinden en is het autistische gedrag opgeheven. Is er echter te weinig basisveiligheid, dan kan deze toestand zich vastzetten en chronisch worden. 

     Fenomenologisch beschouwd is wat wij kennen als autisme dus niets anders dan een reactie op een situatie die als onveilig wordt ervaren, een reactie in de zin van een terugtrekkende beweging die chronisch geworden is en onbewust. Het gevoel dat daaronder ligt is angst. De praktijk leert dat het erg moeilijk is deze chronische toestand te doorbreken, maar zoals onder andere blijkt uit het voorbeeld van de man die ik net aanhaalde, onmogelijk is het niet.