Werkgroep

HOOGSENSITIVITEIT ALS KRACHT

Een werkgroep

 

 

Beste Lezer,

 

    Veel hoogsensitieve personen (HSP-ers) beleven hun aanleg als lastig. Ze voelen zich anders, niet begrepen, overdonderd. Terwijl ze proberen overeind te blijven zoeken ze inzicht in zichzelf en acceptatie door anderen. Heel belangrijk, maar de tijd lijkt rijp voor een invalshoek die voorbij het lastige reikt naar de mogelijkheid die de hoogsensitieve aanleg in zich bergt. De kracht. In deze werkgroep zullen de deelnemers focussen op deze kracht en elkaar helpen om vanuit de beleving van de hoogsensitiviteit de stap naar hoogsensitieve actie te zetten.

    Ik zal eerst mijn visie op hoogsensitiviteit formuleren, zoals ik die ook in mijn boeken tot uitdrukking heb gebracht. Daarna zal ik beschrijven hoe ik de werkgroep voor mij zie. Wil je meteen die beschrijving, dan moet je door naar het kopje HET PLAN.

 

A. VISIE

 

Overgeleverd aan de veelheid

 

    Kort geleden heb ik een artikel afgerond waaraan ik met veel inzet een maand lang had gewerkt. Het schrijven had veel concentratie gevraagd en ik genoot ervan die concentratie nu los te kunnen laten. De ontspanning die dit met zich meebracht ging echter geleidelijk aan over in verwarring. In het gevoel overgeleverd te zijn aan…. een ‘veelheid’. Nu ik geen duidelijke focus meer had voelde ik mij getrokken in allerlei richtingen tegelijkertijd. Bij iedere stap leek ik een keuze te moeten maken. Dat was vermoeiend. En verlammend.  

    Ik had zo’n situatie eerder meegemaakt. Ik had het meegemaakt toen ik met pensioen ging en opeens, losgemaakt van het medium dat mij een positie verschafte binnen de maatschappij, op straat stond. Ik had het heel vaak meegemaakt. Het leek min of meer in mijn hoogsensitieve constitutie besloten dat ik vaak zo veel aan mijn omgeving ervoer dat ik erdoor overspoeld werd en dat dit een verlammende uitwerking op mij had. Ik was te open. Kon ik mij focussen ergens op, dan kreeg mijn energie richting en trad de negatieve kant van mijn openheid niet op de voorgrond. Maar was die focus even weg, dan kwam de wereld op mij af als een vloedgolf.

 

Ruimte

 

    Niettemin had mijn openheid ook een positieve kant. Gevoel voor ruimte. Ik hield van ruimte, had ook veel ruimte nodig. Mijn contacten met andere mensen verliepen het best wanneer ik ruimte voelde, bijvoorbeeld ergens in de natuur. Ik was gevoelig voor het ruimtelijke aspect van contacten, voor de ruimtelijke afstand tussen mij en de ander en voor hoe je met dit gegeven kon spelen. In mijn werk met autistische kinderen heb ik welbewust uitgewerkt wat ik ‘ruimtetaal’ noemde, een taal die goed bij hen aansloot. Zoals die trouwens ook aansluit bij dieren. Afstand, nabijheid, richting en intentie, dat waren hier de sleutelwoorden.

    Mijn gevoel voor ruimte speelde mij al parten tijdens de meetkundeles op de middelbare school. Als ik met een driehoek werd geconfronteerd beleefde ik daar een verhouding aan van drie punten in een ruimte. Het zouden bij wijze van spreken drie mensen kunnen zijn. Daardoor kostte het mij moeite mij op de formules te concentreren die met deze driehoeken samenhingen. C kwadraat is a kwadraat plus b kwadraat, het was te abstract voor mij. Ik zag het niet voor me. 

    Ook in de tijd dat ik een mimeopleiding volgde en daarna als mimespeler werkte, waarbij ik volledig op de nonverbale taal was aangewezen, heb ik dat gevoel voor ruimte kunnen benutten. Wanneer ik mimestukken maakte was ruimte altijd mijn uitgangspunt, zoals het witte papier dat is voor een tekenaar.

 

    Maar ruimte kan ook een innerlijk gegeven zijn, in de zin dat je ruimte voor iets vrijmaakt in je geest, dat er geen afleidingen zijn. 

 

Lichaam en ziel

 

    Op een gegeven moment besefte ik dat zowel mijn ruimtegevoel als mijn gevoel overspoeld te worden door mijn omgeving samenhing met de manier waarop ik als hoogsensitief persoon ‘geïncarneerd’ was. Onder incarneren versta ik de manier waarop een ziel in een lichaam zit, een formulering die er misschien toe zal leiden dat je even achter je oor moeten krabben. Ik onderscheid bij de mens namelijk een lichamelijke kant en een kant die je niet direct lichamelijk kunt noemen, een kant ook die zich min of meer van de lichamelijke basis los kan maken. Kijk, als ik in een warm bad lig voel ik mij in het algemeen meer met mijn lichaam verbonden dan wanneer ik achter mijn computer zit. Wanneer ik achter de computer zit hebben mijn hielen de neiging zich van de aarde te verheffen en omhoog te trekken, trekt ook mijn adem een beetje omhoog, waardoor hij minder diep wordt, en komt de nadruk te liggen op mijn hoofd, met alle bewustzijnsprocessen die zich daarin afspelen. Dat ik een lichaam heb kan ik dan gemakkelijk vergeten. Welnu, datgene wat blijkbaar afstand kan nemen ten opzichte van mijn lichaam maar wat zich er ook mee kan verbinden, dat noem ik de ziel. Ik zou ook het woord ‘aandacht’ kunnen gebruiken.

    Alle hoogsensitieve personen zijn naar mijn idee licht geïncarneerd, wat inhoudt dat hun ziel een losse verbinding heeft met hun lichamelijkheid. Naar de omgeving toe brengt dit met zich mee dat niet zo zeer de beleving van de lichamelijkheid op de voorgrond staat als wel de beleving van de omgeving. Deze mensen zijn als het ware aan hun omgeving overgeleverd, indrukken vanuit de omgeving werken ongefilterd op hen in. Er wordt ook wel gezegd: zij hebben een ‘dunne huid’. Niet zelden beleven zij de gevoelens van een ander sterker dan die van henzelf.

    Dat dit overgeleverd-zijn aan de omgeving als tegenwicht een behoefte aan focussen en aan controle oproept lijkt niet alleen logisch maar is ook werkelijk bij personen met deze aanleg waar te nemen, inclusief bij mezelf. Controleren en focussen doe je met je hoofd, zodat een hoogsensitief persoon enerzijds een sterke omgevingsgerichtheid laat zien en anderzijds een nadruk op het hoofd en het bewustzijn.

    Die omgevingsgerichtheid wordt sterker wanneer de focus verloren gaat.

 

Van boven naar beneden   

 

    Het lichamelijke bestaan is voor hoogsensitieve personen dus niet vanzelfsprekend. Eigenlijk kunnen zij alleen iets met het lichamelijke vanuit de focus. Anders gezegd: ze hebben motivatie nodig om te kunnen incarneren. Vaak blijkt dat bijvoorbeeld binnen het onderwijs. Veel hoogsensitieve kinderen verzetten zich innerlijk tegen al die vakken die hun worden voorgeschoteld zonder dat ze er een verbinding mee hebben. Ze willen alleen leren wat ze willen weten. Dat deze houding tot positieve resultaten kan leiden wordt bijvoorbeeld duidelijk aan de levensloop van Albert Einstein, die ook moeite had met de verplichte leerstof en die zijn grootheid bereikte doordat hij bij zijn studies bijna volledig zijn eigen belangstelling volgde. Zelfs een roofdier zou op een gegeven moment niet meer willen eten als je het voortdurend tot eten zou dwingen wanneer het geen honger heeft, zei Einstein.

    Motivatie is hier dus de sleutel tot incarnatie.

    Ook binnen de motoriek kan dit principe worden teruggevonden. Niet zelden heb ik hoogsensitieve personen meegemaakt die in principe stijf en onhandig bewogen, maar die opeens heel soepel konden dansen wanneer ze muziek hoorden waar ze een verbinding mee hadden, of die uitblonken in een bepaalde bij hen aansluitende tak van sport.  

    Deze mensen worden zich niet bewust via lichamelijke activiteit maar hebben bewustzijn nodig om tot lichamelijke activiteit te kunnen komen. Ze leren niet door ondervinding of door uitproberen, ze leren doordat ze ergens geïnteresseerd in zijn. Ze leren als het ware van boven naar beneden. Maar zijn ze geïnteresseerd, dan leren ze ook snel.

   

Je plek vinden

 

    Dat hun incarnatie niet vanzelfsprekend is maakt hun lichamelijkheid tot een thema. En zoals bij alle thema’s het geval is heeft ook dit thema een lastige en een positieve kant. Enerzijds kan het lastig zijn dat hun contact met het lichamelijke indirect is. Anderzijds kunnen ze vanuit motivatie dat lichamelijke juist heel goed als het ware doordringen. Door dat laatste kunnen ze soms ook heel snel bijzondere talenten ontwikkelen

    Je lichaam is ook de ruimte die je inneemt op aarde. Hoogsensitieve personen hebben er vaak moeite mee ruimte in te nemen. Vaak hebben ze er ook moeite mee hun eigen plek te vinden binnen de maatschappij. Het leidt ertoe dat sommigen er op een gegeven moment van afzien nog een plek te willen, zodat ze min of meer buiten de maatschappij komen te staan. Anderen nemen wel een plek in maar voelen zich daar niet helemaal prettig bij. Tussen wat ze eigenlijk zouden willen en wat er op die plek mogelijk lijkt bestaat een voortdurende spanning. En dan zijn er nog de uitzonderingen die erin geslaagd zijn hun eigen plek te creëren.

 

Individu zijn

 

    Wat ons brengt op het volgende hoogsensitieve thema: individualiteit.

    Voor personen die niet duidelijk hoogsensitief zijn kan het vinden van een eigen plek binnen de maatschappij wat tijd kosten, maar uiteindelijk lukt het meestal wel. Voor hen ligt er ook niet zo veel nadruk op dat die plek eigen moet zijn, zij kunnen zich gemakkelijker voegen in een bestaande situatie. Hoogsensitieve personen hebben vaak meer moeite met aanpassing, zij neigen ertoe de zaken op hun eigen, individuele manier aan te pakken. Terwijl ze zich aan de andere kant vaak juist te veel aanpassen, maar daar kom ik straks op terug. 

    Of ze zich nu niet aanpassen of juist wel, in beide gevallen stelt zich het thema individualiteit. Hoogsensitieve personen kunnen niet om dat thema heen, voor hen is in het algemeen geen gewone gemeenschappelijkheid weggelegd. Hun vragen zijn: Hoe kan ik binnen het contact mezelf blijven en hoe kan ik een vorm van gemeenschappelijkheid  vinden op basis van mijn individualiteit? 

    De grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner, heeft met zijn ‘sociologische basiswet’ een visie geboden die hierbij aansluit. Volgens Steiner is het een wetmatigheid binnen de ontwikkeling van de mensheid dat aanvankelijk het gemeenschappelijke op de voorgrond staat, het wij-gevoel, en dat de afzonderlijke mensen zich daarnaar moeten voegen. Maar dat de mensen steeds individueler worden en dat sociale gehelen langzamerhand nog slechts kunnen ontstaan wanneer ze berusten op een vrije keuze van individuen.

    Ik weet niet of dit echt een wetmatigheid is, maar het komt wel overeen met de feiten. Het lijkt mij duidelijk dat in de steentijd bijvoorbeeld de mens nog weinig geïndividualiseerd was en grotendeels bepaald werd door het collectief. En dat in de Griekse Oudheid het thema individualiteit zich duidelijk aandiende, al gebeurde het ook lang daarna nog dat onconventionele geesten werden geëlimineerd. Denk maar aan iemand als Jeanne d’Arc. Het lijkt mij ook duidelijk dat in onze tijd de individualiteit zich onontkoombaar doet gelden en dat het zeer lastig geworden is om sociale gehelen te vormen. Iedereen komt vooral op voor zichzelf. Weliswaar dient de individualiteit zich nog voornamelijk aan in de vorm van haar schaduw, het egoïsme, maar aandienden doet ze zich.

    Dat dit een tegenreactie oproept en dat bepaalde groeperingen juist uit zijn op het versterken van de collectiviteit is begrijpelijk.

    De uitweg die Rudolf Steiner ziet uit deze impasse, het vinden van nieuwe sociale gehelen die juist op de individualiteit gebaseerd zijn, lijkt mij voor de hand liggend en zinvol. 

 

Verbondenheid

 

    Egoïsme noemde ik de schaduw van de individualiteit. De individualiteit zelf impliceert voor mij dat iemand op zichzelf kan staan en niet op anderen hoeft te leunen. In zekere zin is hij een wereld op zichzelf. Gaat hij contact met anderen aan, dan wordt hij niet gedreven door afhankelijkheid maar dan is dit een vrije keuze.  

    De individualiteit wordt ook wel ‘het Ik’ genoemd, met een hoofdletter om het te onderscheiden van het alledaagse ik. Verder dient het Ik onderscheiden te worden van het op zelfbelang gerichte ego. Het Ik is te zien als de kern van een mens. Tegelijkertijd is het zijn doorgang naar wat hem overstijgt en wat je het goddelijke kunt noemen, al lijkt dat misschien tegenstrijdig.

    Op jezelf staan kan een bepaalde eenzaamheid met zich mee brengen. Maar het is ook zo dat je vanuit het Ik gemakkelijk tot het besef kunt komen met alles en iedereen verbonden te zijn. In feite bestaat er geen afzonderlijk individu. Afgescheidenheid is een illusie.

    Als kern van de persoonlijkheid organiseert het Ik het leven. Het is het Ik dat de veelheid van de verschijnselen sorteert tot iets wat voor de betreffende persoon verwerkbaar is. Het is het Ik dat de dingen uit de omgeving tot iets eigens maakt.

 

Capaciteiten realiseren

 

    Veel hoogsensitieve personen sluiten niet gemakkelijk aan bij de maatschappij zoals die momenteel functioneert en kunnen hun capaciteiten niet optimaal benutten. Op een bepaalde manier dragen ze toekomstkiemen in zich, die echter nog niet optimaal tot ontkieming komen in deze maatschappij. Wat jammer is, want zo gaat veel creativiteit verloren, zowel voor henzelf als voor het geheel. Deze werkgroep richt zich op HSP-ers die hun capaciteiten beter tot uitdrukking willen brengen, die daarbij wat houvast kunnen gebruiken en die elkaar daarbij willen helpen.

 

B. HET PLAN

 

Een groep van individuen

 

    Mij staat een groep voor ogen waarin ruimte is voor wederzijds begrip en waarin kan worden uitgewerkt wat ieder als impuls, talent of inspiratie in zich draagt. Naast het gesprek zullen ook nonverbale manieren van communiceren worden benut, zoals werken met beelden en wilsoefeningen. Een vorm van meditatie, vooral gericht op versterking van het zelfgevoel, zal hierbij aansluiten.

    Het gaat mij niet om het aanbieden van een methode, het gaat mij om een proces op basis van de onder A beschreven wetmatigheden.           

    Vooral in het begin zal ik steeds een inleiding verzorgen en een richting aangeven waarin het manifesteren van kracht mogelijk is. Ik zal bijvoorbeeld onderstrepen dat in je kracht komen niet betekent dat je je kracht moet versterken. In principe is die kracht er al, je hoeft hem slechts vrij te maken. Het is heel vaak een gewend zijn aan aanpassing dat je uit die kracht weghaalt. Door hun sterke gerichtheid op hun omgeving en door de complicaties die nogal eens optreden wanneer ze met hun eigenheid voor de dag komen passen mensen met hoogsensitiviteit zich heel gemakkelijk aan.

    Verder zal ik ingaan op het thema impuls tegenover sociale vorm waarbinnen die impuls geuit kan worden. Vaak zit het probleem niet zo zeer in de impuls als wel in die sociale vorm. Past die vorm niet, dan kan de impuls uitdoven en weet iemand op een gegeven moment niet meer wat hij of zij wil. Op de een of andere manier zal er een vorm moeten worden gevonden.

    Maar er zal ook veel ruimte zijn voor de inbreng van de deelnemers. De individualiteit zal centraal staan. De individuen zullen het proces bepalen.

    Het gaat in eerste instantie om een serie van 8 bijeenkomsten. Daarna zal in gezamenlijkheid worden bekeken of er een vervolg zal komen en zo ja hoe.

    Er kunnen maximaal 15 personen deelnemen.

 

Plaats en data

 

    De bijeenkomsten vinden plaats in Alkmaar.De plek zal enige tijd voor aanvang bekend worden gemaakt.We werken van 20 tot 22 uur. De frequentie is eens in de twee weken en het gaat om de volgende data: 30 oktober, 13 november, 27 november, 11 december, 8 januari (met Kerst slaan we twee weken over), 22 januari, 5 februari en 19 februari. De bijeenkomst van 30 oktober zal het karakter hebben van een oriëntatie. Wie de tweede avond volgt verbindt zich voor het geheel. De bijeenkomst van 19 februari zal voor een deel aan evaluatie worden gewijd, waarbij ook zal worden bepaald of er een vervolg zal komen en zo ja hoe.   

 

Vragen

 

    Het gaat vooral om de volgende vragen:

-      Hoe ervaar je je hoogsensitiviteit?

-      Wat houdt hoogsensitiviteit in?

-      Wat zie je als je impuls, talent of inspiratie?

-      Wat kom je tegen als je die impuls volgt?

-      Heb je een doel?

-      Hoe sta je in de maatschappij?

-      Hoe ga je om met het thema zingeving?

-      Hoe kunnen innerlijke beelden je helpen in je proces?

-      Hoe kan een vorm van meditatie je hierbij helpen?

 

Over mij

 

    Na een paar jaar sociologie te hebben gestudeerd was ik mimespeler, groepsleider voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis, coördinator van een kinderdagverblijf, hypnotherapeut en psychologisch medewerker binnen een GGZ-instelling. Ik heb vier boeken gepubliceerd, waarin hoogsensitiviteit een belangrijk thema is. Bekend geworden is vooral ‘Het elastiek tussen lichaam en ziel’. Momenteel ben ik met pensioen. 

 

Inschrijving en kosten

 

    Inschrijven kan via hansleem@hotmail.com. Vermeld even je naam en je leeftijd. Via dit mailadres kun je ook je vragen of opmerkingen kwijt.

    De kosten bedragen 10 euro per avond.

 

    Een hartelijke groet

 

    Hans Lemmens